In de Boekzaal der Geleerde Waerelt staat te lezen dat J.R. Titz in 1813 een orgel in het kerkje plaatste. Het was een eenklaviers instrument (C-f3) met aangehangen pedaal en er waren twee blaasbalgen. De inwijding had plaats op 1 augustus en Mr. Hauff Jr. uit Nijmegen trad op als inspeler en keurder. Zijn protocol [SA Grave, doos Vierlingsbeek, Hervormde kerk] luidt:
Ik ondergetteekkende verklare
Het orgel van de Herreformeerte Kerk van wierlingsbeek,
Aangaante het binnenwerk en wat er verders doe behoort,
GeExamineert de hebben, En Zeer Goed dit werk bevonden
de hebben, schattende het orgelwerk, op te somma van Agt
Hondert Hollanse Guldens.
Dit Doente
Ferdinand Hauff
Organnist van Nijmegen
Wierlingsbeek Den 2 Augustus 1813

Gelet op de bescheiden afmetingen van het kerkje moet het er met zijn dispositie exuberant geklonken hebben:
| Bourdon 16 vt | Octaaf 2vt |
| Holpijp 8vt | Quit 1 1/3 vt |
| Prestant 4vt | Cornet 3 st. |
| Viola da Gamba 8vt vanaf c° | trompet 8 vt B |
| Fluit doux 4 vt | trompet 8 vt D |
| Quintfluit 3 vt | Nagtegaal en tremulant |
L.C. Soetens, mogelijk familie van F. Soetens (ook "Soetensdael") die vanaf 1811 diaken was in de gecombineerde gemeente Sambeek/Vierlingsbeek onder dominee G. van bronckhorst) maakte het volgende nog steeds bestaande tekstpaneel:
Moest de Jood in 't huis van God
zingen, spelen, blij te moe.
Ook wij volgen dit gebod,
brengen Gode liedëren toe.
U! O Heer! zij langen tijd
Deze orgel, deze tijd
Dees gemeente toegewijd
Toegewijd ook al ons werk
Zorg voor ons en schenk ons Heer
Godsdienst, Menschenliefd' en deugd.
Ja, bereid ons allen meer
voor de eeuwïge Hemelvreugd
Met name de aanwezigheid van de Nagtegaal of Rossignol wijst op de vermoedelijke afkomst uit een geamoveerd klooster uit de zuidelijke Nederlanden. Opmerkelijk is de aanwezigheid van een 16- voets discantregister, terwijl een hoogst gebruikelijke 8-voets Prestant in de discant ontbreekt. Hiervoor heeft Titz mogelijk het mode-register Viool in de plaats gezet.
Uit het archief van de parochie Sambeek wisten we dat Titz samen met Arnold Graindorge in Vierlingsbeek gewerkt heeft: de tweede termijn van de Sambeekse betaling op 24 augustus 1812 zou, zo schrijft Graindorge, au Rivage de virlingbeek gedaan kunnen worden. Graindorge was orgelmaker te Luik vanaf 1800.
Van der Aa vermeldt dat de in 1839 ingestorte kerk pas in 1843 weer hersteld was en dat men het eveneens herstelde orgel op 6 oktober 1844 voor het eerst weer bespeelde.
De "Boekzaal" (1844) laat zien dat de herstelling was uitgevoerd door P.K. [lees P.F.] van Dinter uit Tegelen. Tussen juli en oktober 1844 werd het orgel hersteld door vader en zoon van Dinter, waarbij behalve het herstel van windlade en tractuur bovendien een niet geheel duidelijke dispositiewijziging plaats vond:
Dispositie en Staat van begroting van het Orgel der herformde Kerke van Vierlingsbeek
Op verzoek van den Weleerwaarden Heer bronkhorst, Domine der genoemde Gemeente, en den WelEdelen Heer Gerdessen het Orgel aldaar door den ondergetekenden patenteerden orgelmaker, woonende te Tegelen bij Venloo Provincie Limburg, en alle Delen naukeurig naargezien en bevonden als volgd.
De kunstlade moet geheel los en uit malkandere genomen worden, de windstokken der zelve afgeschroefd, de Pararellen-- afgenomen, het Leer van het fondamentaal bort, het welke de cancellen bedekt, moet afgenomen, en met nieuw versien worden, den Speelbak moet insgelijken van de cancellen Lade afgenomen soo als ook alle zig daar in bevindende ventillen derzelve, deze moeten alle met nieuw Leer versien worden, souden sig veren onder dezelve bevinden, de welke door ouderdom, en Spaansgroen hunne veerkracht verloren zullen nieuw gemaakt worden
De Pulpeten in den Speelback zullen alle zoo als insgelijken alle koperdraden derzelven vernieuwd worden.
De Conductores der Prestant, Bourdon en verder Registers moeten meestendeel opnieuw soudeerd worden vermits de selven veel geleden hebben en niet meer digt zijn.
Alle houte Pijpen zullen van buiten en van binnen opnieuw met Lijm en lootwit uitgestreken worden om de Poren van het Hout digter te maken waar door de Pijpen een klaarderder en suiverder Toon bekomen.
Alle lote Pijpen zullen nauwkeurig in de Naden Labia Tongen en voeten en in verdere Delen naargezien, en volgens De Kunst wederom in Staat gesteld worden, Exeptie zoude er hier en daar eene klijne Pijp mankeren, of niet meer bruikbaar waare, zal bij gemaakt worden. N:B De trompette Pijpen niet hier in begrepen, vermits den WelEerwaarden Domine met de zelven te plaatzen nog wat wagten wilde.
De Pivaux--- en armen van de walsen sullen waar de zelven door Spaansgroen aangestoken zijn, zullen nieuw gemaakt worden, de abstracten en draden derzelven de welke gebroken of beschadigd zijn zullen insgelijken vernieuwd worden.
De Claviatuur zal opnieuw bekleed worden, N:B: de onder Tonen derzelven met wit daartoe geblijkt Been, de halve Tonen met Swart Ebben hout, en om dezelven in verticale Lienie te konnen houden zullen alle vier en vijftig clavieren met Schroefjes en Moedertjes versien worden.
Hoe wel de Balken in zoo verre nog goed bevonden hebbe, zullen dezelvan op het naukeurigste naar gezien en volgens de kunst hersteld en digt gemaakt worden, de stokventillen onder dezelven zullen veranderd worden, en zoo als dat men indien ongemakken aan Balken komen dezelve behandig daar van nemen kan.
De WindBuisen grote conductores de welke de Lugt uit Balken in den Speelback voeren en meschien te kort zijn zullen door nieuwe stukken verlangd worden
Zoude er aan het Stelsel waar op de Balken rusten, soo ook den wage Balk en Balancen [toegevoegd: fouten zijn] laat den aanNemer voor Rekening der Gemeente.
De front Pijpen zullen alle met nieuw Folium belegd, en de Labia derzelven opnieuw verguld worden.
De Reparatie en het zetten van den orgelKast laat den aanNemer voor Kosten der Gemeente.
Dit alles boven Genoemde neemd den Ondergetekenden aan in beste staat te maken. Onder volgende conditien zoo als volgd.
Alles op Eijgene Kosten en Materiaalen daar voor nodig te bezorgen, zoo als Leer, Lijm, Koper en Eijserwerk, Loot, Tin, en verders wat daar toe noodig is, voor behoudens eenen Handlanger, een vrij Locaal voor genoemde werken gehorig konnen te bergen, en te repareren, zoo als ook den brand om te souderen, en den Lijm warm te houden, voor kosten der Gemeente. Artl. 10. en 12. hier niet in begrepen, verders naar vervaardiging der werkzaamheden, zal het den WelEerwaarden Domine en Respective Heeren Leden van het Kerkbestuur vrij staan naar believen het werk door eenen deskundigen examineren te laten. den aanNemer zal als dan vier Jaaren voor het genoemde werk garanderen, behalven eene Jaarlijkse Stemming, waar over als dan met Heeren Leden van het KerkeBestuur en den WelEerwaarden Domine accorderen zal; dan voor de Stemming kan geen orgelmaker garanderen. zoo neme zulks aan in besten staat te maken als voornoemd voor de somma van honder drijen Sestig Guldens vijftig Centen Nederlands.
Zoo Geschied en Opgemaakt te Vierlingsbeek den 10de Junij 1844
Den Orgelmaker P:F: van Dinter
[hieronder staat in het handschrift ds. Van Bronckhorst]:
Onder bovenstaande voorwaarde heeft De Hr. P.F. van Dinter het maken en in order brengen van genoemden orgel aangenomen voor de som van honderd veertig guldens hollandsch, benevens nog de oude blaasbalken erbij, met beding voor eerst, dat het werk door eenen deskundige kan onderzocht en bij afkeuring min of meer ook de som kan verminderen, die betaald moet worden, naar gelang de waarde van het gemaakte werk zal bevonden worden, en bij goedkeuring bekomt de Hr Van Dinter nog vijf gulden voor een eere-gift.
Aldus onderling goedgekeurd, 13 Juny 1844, alhier te Vierlingsbeek.
[w.g.]Van bronckhorst
V.D.M. [idem]
P:F: van Dinter orgelmaker
[fol.1]
Met den Weleerwaarden Domine en den WelEdelen Heer Gerdessen Kerken voogd der hervormde kerke van Vieringsbeek. een twede Accoord ingegaan en overeengekomen zoo als volgd.
1mo. Het onbekende Register in het orgel geheel te veranderen, Nota bene in Langst [?] Bass viervoeten Toon, met Roeren. en Prestant Discant, beijde dienende tot versterking voor het Choraal Gezang. kost thien guldens Nederlands heb doorgestreken thien gulden erkend / MVD
2ndo. Het trompetteRegister, het welk tegen uit vier voet bestaat. tot acht voet te maken waartoe de onderste elf Pijpen van de viola di Gamba gebruikt zullen worden, met elf niewe kopere Lepels, even zoveel Tongen, en Stem krukken, desen word veranderd in Gromhorn de overige de trompette zullen alle in besten staat gebragt worden, alle Knoppen waar in de Lepels en Tongen Stemkrukken, en nu van zijn zullen alle van Loot gemaakt, en de Stemkrukken derzelven welke nu van Eijser Draad zullen alle van Koperen gemaakt worden alles op mijne Kosten, voor de somma van vijfen veertig guldens nederlands voor bijde registers viertien Guldens vierlingsbeek den 22te Augustus 1844
[w.g.] Van Bronckhorst [w.g.] den orgelmaker P:F: van Dinter
V.D.M.
Ontvangen op mindering der som voor het in orde brengen van den
orgel nog boven de reeds voorgeschotene acht en dertig guldens,
genoteerd op het eerste contract f. 38
voor den kledermaker Demaete , als ander..... in een de somme van
vier en veertig guldens zeven en twintig cents en 1 halve
Vierlingsbeek 22 Augustus 1844 [w.g.] M.H. van Dinter [Matthieu, de zoon of halfbroer]orgelmaker
Chronologisch past hier het volgende kladbriefje dat ik van Van bronckhorst vond:
Vierlingsbeek
Heer en vriend!
Zelf niet kunnende komen, moet ik mij door een briefje aanmelden, daar onze Van Dinter den orgel voor onvolmaakt houdt, als er geen ventil in komt, om den wind er uit te laten, en tevens er geen trambulant in gevonden wordt, om bij treurmuzijk gebruikt te worden, gelijk juist hier voor nog twee registers open zijn. Hij vraagt tien gulden om ze er in te maken. En zal nu wel wat te kort komen, maar wij moesten hem dit maar gunnen, omdat hij in alles zoo buitengemeen goed zijn best heeft gedaan. Als ik morgen voor elf uur, wanneer ik uit moet, geen antwoord van UE ontvang, dan draagt het Uwe goedkeuring weg, en dan zeg ik hem, dat hij ze er in werkt
Met heilgroeten U Uw Dienaar
Van Bronckhorst
V.D.M.
| Het orgel aangenomen door | |
| Den Heer V. Dinter voor f 145,- | |
| de trompet | f 40,- |
| de tremblant | f 5,- |
| de ventil | f 5,- |
| de quintfluit zachter | f 6,- |
| voor 1 knoppen van registers | f 6,- |
| -------- | |
| f 207,- |
Ik ondergeteekende orgelmaker, die den kerkorgel in de Herv. Kerk te Vierlingsbeek heb aangenomen ter reparatie en volledig in orde maken, volgens tweeledige voorwaarde, de 13 juny en 22 Aug.1844, benevens verdere niet beschrevene bedinging, alles te zamen voor eene Somme van tweehonderd zeven gulden Nedl., welke som ik hier mede bekenne ontvangen te hebben.
Vierlingsbeek 22 october 1844.
[w.g.] P:F: van Dinter
Waarop folio 1 gesproken wordt over het "onbekende" register bedoelde men misschien een "ont-brekend" register of anders de Nachtegaal; hoe dan ook, in de bas komt er een Roerfluit en in de Discant de node gemiste Prestant tot versterking voor het Choraal Gezang. De trompet die halve bekerlengte bezat, werd tot 8 voet opgeschoven waartoe het klein octaaf van de Viola werd opgeofferd. Zo ontstond er een trompet 8 vt Discant en een Kromhoorn [?] Bas. Van de Viola resteerde nog slechts de Discant.
Broekhuyzen noemt slechts de dispositie van 1813. De verdere levenswandel van dit orgel is in nevelen gehuld. In 1884 werd het te koop aangeboden in de Kerkelijke Courant van 28 juni:
Te koop een pijporgel, dat na enige reparatie nog kan dienen
in een niet te grote kerk. Reacties aan notabel B. Methorst
te VIERLINGSBEEK.
Ook wordt verteld dat het rond de eeuwwisseling verkocht zou zijn aan de Hervormde Gemeente van Hilvarenbeek. Dit zou Ds. J. Thieme, in februari 1892 vanuit Hilvarenbeek naar Vierlingsbeek gekomen, bewerkstelligd kunnen hebben.
Volgens de organist die sedert 1940 in Hilvarenbeek speelt, zou zijn voorganger diens harmonium hebben omgeruild voor het bewuste orgel; mogelijk met de bedoeling het tegen oorlogsgeweld te beschermen, dan wel om het ten eigen nutte thuis op te bouwen. Van wederopbouw is het echter niet gekomen. Het zou in de oorlog zijn opgestookt.
Vierlingsbeek stelde het tot juni 1989 met een harmonium; in de balustrade stond de semi-kast met een orgelfront van geverfde stammetjes. Hier achter kwam het door Soetens vervaardigde paneel te voorschijn.
Het huidige orgel werd in mei 1989 aangekocht van de Osse Muziekschool, waar het sinds de plaatsing steeds meer in verval geraakt was; het was van zijn kast beroofd en zodoende viel het binnenwerk aan vandalisme ten prooi. Het was al lang niet meer naar behoren te bespelen. Onder de toenmalige directeur (en orgelleraar) Jan Verhoeven had de muziekschool het instrument gekocht van de eveneens in Oss staande Don Boscokerk. Met het gereedkomen van deze kerk in het midden van de jaren vijftig is dit instrument hier geplaatst. Op 10 november 1955 vroeg het Kerkbestuur aan de bisschop toestemming om een bescheiden orgel aan te kopen van de parochie van O.L.Vrouw van de H. Rozenkrans te Schijndel voor de prijs van f. 4000. De Firma Gebrs. Vermeulen uit Weert begroot de overplaatsingskosten op ongeveer f. 1000, zodat voor een bedrag van ongeveer f. 5000 de parochie voorlopig gered was. De Pastoor van de parochie te Schijndel verzekerde, dat het orgel een nobele klank heeft en ook de Firma Vermeulen durft het aan te bevelen. De Heer H. Houët uit Eindhoven achtte de prijs beslist niet te hoog voor dit orgel.
De bisschop weigerde in eerste instantie om toestemming tot de aankoop te verlenen, maar nadat de verkoper de prijs met f. 1000 had laten zakken, kwam de toestemming op 30 december 1955 alsnog en werd het instrument via de firma Vermeulen aangekocht.
De parochie te Schijndel werd in 1928 gesticht en op 24 juni 1929 consacreerde men de kerk aan de Boschweg te Schijndel. In de eerste begroting werd slechts f. 100 gereserveerd voor kerkmeubelen, orgel, zangboeken en een zelfde bedrag voor een organist. Het katholieke tijdschrift Het Huisgezin meldt dat het orgel tijdens de consecratie bespeeld werd door Prof. Kersemakers. Het betrof toen echter een harmonium, zoals de huidige pastoor W. van Sleeuwen weet. De volgende passage uit het memorieboek vermeldt:
Bij het 10-jarig bestaan der parochie Juli 1939 heeft de pastoor aan de kerk een orgel ten geschenke gegeven van de firma Vermeulen - orgelbouwers - te Weert.
De pijpen zijn genomen uit oudere orgels, waaruit Vermeulen een combinatie heeft samengesteld. Dr. Kersemakers, professor in de muziek aan het klein Seminarie, die het orgel had zien opgesteld in de werkplaats maakte mij op dit orgeltje opmerkzaam, en prees het om zijn nobelen klank. Om deze reden, en ook omdat een grooter orgel op het noodkoor niet kon geplaatst worden, werd na ingewonnen advies der bisschoppelijke Commissie voor orgelbouw tot aankoop en plaatsing overgegaan. De kosten bedroegen f. 1250.
In de marge heeft de pastoor later bijgeschreven:
Dit orgel is in Jan. 1956 verkocht aan de Kerk van de H.Don Bosco te Oss. De getaxeerde prijs der des-kundigen was circa f. 5000 - om de financieele zorgen dier parochie is het aan die parochie overgedaan voor den milden prijs van f. 3000.
Een Schijndels koorverslag van 22 november 1939 vermeldt nog:
Ons koor is dezen zomer verrijkt met een prachtig orgel, dat door den Z.E.Hn. Pastoor werd ingezegend. Daarna werden wij voor den eersten keer met het nieuwe orgel begeleid en werd dit door Zijn Eerw. zelf bespeeld.
De muziek hiervan is prachtig en kan dit voor ons een grote steun zijn.
Door granaatinslagen in oktober 1944 is het orgel zowel als het gebouw beschadigd en moest men het zonder toren, klokken en behoorlijke banken stellen. In 1955 is de kerk vergroot en op zondag 17 juni 1956 is er een nieuw orgel in gebruik genomen en was het oude verkocht aan Oss.
De dispositie luidt momenteel: Manuaal C-f3
| 1. Prestant 8' | 4. Prestant4' | |
| 2. Bourdon 8' | 5. Quint 2 2/3' | |
| 3. Viola di Gamba8' | 6. Octaaf2' |
De Pedaalkoppel heeft als opschrift Manuaalkoppel.
In 1997 is de kerk voor een symbolisch bedrag aan de gemeente verkocht, waarna die gerestaureerd is en onder de naam "Koningskerkje" als o.m. trouw- en expositieruimte dient. De Hervormde gemeente Boxmeer-Vierlingsbeek kan een aantal zondagen gebruik blijven maken van het gebouw. Zij deed de gemeente de behuizing voor het orgel cadeau, waarbij de hiervoor gememoreerde stammetjes opnieuw als frontpijpen dienen. Bij het ontwerpen van de kast liet Ligi Hermans uit Vortum-Mullem zich inspireren door die van de het Knipscheer-orgel in de Protestantse kerk van Boxmeer. Het paneel van Soetens krijgt nog een plaats in de balustrade.
Bij de plaatsing van dit orgel werd het Groot-octaaf van de Viola di Gamba gecombineerd met dat van de Bourdon. De niet gebruikte pijpen staan nu in de kerktuin.
| Aa (XI) | Boekzaal (1813, II), 357. |
| Bisschoppelijk Archief s-Hertogenbosch. | Boekzaal (1844, II), 675. |
| broekhuyzen, V56. | SA Grave, Archief Herv. gemeente Vierlingsbeek. |